calendar 07.03. 2017

Digitalisering 4.0

‘Industrie 4.0’, ‘Strategie 2020 of 2025’, ‘Culturele verandering 4.0’, ‘Generatie “R” ’ (Robotica), en natuurlijk het ‘Internet der dingen’ (Internet of things) zijn de credo’s waarmee deskundigen ons voortdurend bekogelen. Dit zijn de deskundigen die digitalisering beschouwen vanuit het perspectief van de aanbieders, en daarom spreken van kansen. Ista is een van deze experts. De deskundigen slingeren echter heen en weer tussen een roze bril en alarmbellen. Stefan Schuster bekijkt dit thema vanuit een ista-extern perspectief en gaat in op veranderingsprocessen in de digitale evolutie.

“In 5, 10, 25 of 50 jaar tijd zal 10, 15 of 25 procent van alle banen als gevolg van digitalisering overbodig zijn geworden.” Dit is wat de deskundigen zeggen die het onderwerp bezien vanuit het perspectief van degenen voor wie het gevolgen heeft en die vooral wijzen op de gevaren en bedreigingen van de digitalisering. Misschien denkt u dat die gevaren op dit moment nog erg diffuus zijn. Volgens sommige deskundigen zijn het vooral kantoorbanen die worden bedreigd. Alle deskundigen beginnen hun zinnen met formuleringen als “Binnenkort zullen we allemaal …”, maar wat daarna komt is ofwel de belofte van een digitaal paradijs, ofwel een scenario waarin de mogelijkheden en vooral de gevaren van digitalisering worden beschreven. Wat er in werkelijkheid gebeurt, wijkt daar vaak sterk van af. In de jaren ’60, toen dankzij digitalisering en automatisering het gebruik van steeds betere robots in het productieproces mogelijk werd, voorspelden deskundigen dat robots ook hun intrede zouden doen in de dienstensector. Maar tot nu toe zijn het niet robots die onze auto’s van brandstof voorzien, dat doen we nog steeds zelf. ‘Zelfbediening’, zo noemen we dat eufemistisch. Of we het nu leuk vinden of niet, wij zijn allemaal experts in zelfbediening geworden. Denk gewoon maar aan onze lijst met wachtwoorden om toegang te krijgen tot de wereld van de zelfbediening, die vooral neerkomt op ‘doe-het-zelf’.

En wat zeggen de deskundigen nog meer over de bedreiging voor de werkgelegenheid?

Aan de ene kant lees ik nogal eens dat voor hoogopgeleiden het gevaar om geheel of gedeeltelijk vervangen te worden door computers minder groot is. Ik ga me nu maar niet afvragen hoe hoog mijn opleidingsniveau eigenlijk is, want ik lees soms ook het tegenovergestelde, namelijk dat de mensen in de vele functies die eenvoudige routinetaken omvatten uiteindelijk degenen zijn die minder te vrezen hebben van digitalisering en in de toekomst nog steeds onmisbaar zullen zijn – mensen die zich inzetten, op de dingen toezien en een bijdrage leveren in een heel normale ‘analoge werkomgeving’. Toen ik nadacht over deze twee diametraal tegengestelde uitspraken, herinnerde ik me ineens dat mijn eerste ontmoetingen met digitalisering van de arbeidsmarkt al plaatsvonden toen ik jong was.

Robotica
Zullen robots plotseling een eind maken aan kantoorbanen? Wie is vervangbaar en wie niet?

Hoe ik in mijn leertijd al werd ingehaald door digitale verandering

Ik ben opgegroeid in een lang vervlogen tijd waarin niemand nog een zakrekenmachine had. In elk geval niet bij de vestiging van de Deutsche Bank waar ik mijn leertijd als bankmedewerker begon. Als iemand al zo’n ding had, waren dat alleen rijke klanten. Het woord ‘big bang’ was ook nog niet uitgevonden. En iedereen rookte op de werkplek, de asbakken waren vol, en dat op slechts twee meter afstand van de neus van de klant. Dat was midden jaren ’70, en in die tijd bestond er een heel andere bedrijfscultuur. ’s Avonds toetste ik de omzet van die dag in op een rekenmachine, die wel elektrisch was maar de omzetcijfers niet opsloeg maar afdrukte op papier. Een paar weken later werd ik overgeplaatst naar het hoofdkantoor, waar ik op de afdeling Dataverzameling belandde. Daar werden de omzetcijfers op de stroken papier opgeteld en op een rekening geplaatst. Op ponskaarten.

Ziet u het voor zich?

Zo ging het, en een paar weken later werd ik op het rekencentrum geplaatst. Hier kwamen elke dag dozen vol met dergelijke ponskaarten binnen. Het computercentrum was een echte stafafdeling met een hoofd die de functie van directeur had. Eigenlijk had hij geen idee wat het werk inhield, maar het personeel liet hem dat niet merken. Het computercentrum was enorm, en de enige verdieping van de bank met airconditioning. Overal stonden IBM-kasten waarin de magneetbanden ronddraaiden. En er waren harde schijven waarover je een grote koepel moest plaatsen, een soort kaasstolp, voordat de saldi op de ponskaart konden worden uitgelezen. De machine waarmee de kaarten werden uitgelezen maakte een verschrikkelijk kabaal, te vergelijken met de automatische bankbiljettellers van tegenwoordig. Natuurlijk waren er veel problemen, maar omdat alles nieuw was, heerste er een gevoel van opwinding alsof het de werkplaats van Steve Jobs was. Maar soms waren we domweg wanhopig: als de ponskaartlezers vastliepen, de airconditioning kapot ging, of de magneetbanden in de war raakten.

Ponskaarten
Midden jaren ’70 werden er nog steeds ponskaarten gebruikt voor dataverzameling

Als er iets kapot was – en dat gebeurde nogal eens – mocht het personeel zich er niet mee bemoeien en daarom stond er een hele rij tafels met ongeveer dertig verschillende kranten en tijdschriften. De directeur had allemaal abonnementen genomen zodat zijn jongens iets te lezen hadden. Dus mijn collega’s drukten een paar keer zonder succes op de resetknop, riepen dan de onderhoudsmensen erbij, pakten vervolgens een paar kranten van de tafel of haalden een vers broodje ham van de markt. Als je de hulp van een elektricien moest inroepen, viel het nog wel mee. Maar als de saldi niet met elkaar klopten, werden de IBM-programmeurs erbij gehaald. Zij programmeerden in COBOL en vertelden ons daar zo min mogelijk over, want ze wilden zichzelf natuurlijk niet overbodig maken. De directeur maakte het allemaal niets uit. Dus als de IBM-programmeurs kwamen, was het voor ons die dag game-over.

Als het echt ingewikkeld was, kwam er zelfs onderhoudspersoneel van IBM helemaal uit Frankfurt. Dan konden we eigenlijk net zo goed naar huis gaan, maar ja, er waren altijd genoeg kranten en dingen van de markt om ons bezig te houden. Sommige collega’s waren onder werktijd bezig met wedden op paardenraces. Natuurlijk niet via internet – van dat soort digitale vooruitgang konden we toen nog niet eens dromen – maar met behulp van een wedkrant en de vaste telefoonlijn van de bank, want mobiele telefoons waren er toen natuurlijk ook nog niet.

Ziet u het voor zich?

Drie jaar na het afronden van mijn opleiding bij de bank mocht ik gaan studeren voor een diploma, maar ik had op school niet zulke goede cijfers gehaald. De bank was zo vriendelijk om me nog een jaar in dienst te houden en betaalde me een soort ‘studentensalaris’.

Ik was verbaasd: er stonden nu monitors in het computercentrum, en het hele proces verliep nu online, parallel aan de ponskaarten. Als een ‘bètaversie’, zeg maar. Toen er meer dan een jaar was verstreken, en er een eindeloos aantal kranten was gelezen, waren de dagen van de ponskaarten eindelijk voorbij en was de bank ‘klaar’ voor online bankieren. Weliswaar nog zonder internet: online reconciliatie vond plaats met behulp van speciale lijnen en alleen intern. Grote incidenten zoals het verlies van 10 miljoen euro giraal geld deden zich dankzij de ondersteuning van het hele proces door de collega’s van IBM niet voor, en het woord ‘hacker’ bestond nog niet. Buiten de bank maakten grafische kaarten de grote technologische sprong mogelijk van Tetris- en Pacman-visuals naar echte afbeeldingen. Een steeds grotere rekenkracht en betere datalijnen maakten uiteindelijk het internet mogelijk, en mijn persoonlijke terugblik op meer dan veertig jaar digitalisering eindigt in het heden – dat wil zeggen, in onze zelfbedieningseconomie, gezeten voor een computerscherm.

Computer
Digitalisering hield in dat de tijd van de ponskaarten eindelijk voorbij was en dat het computertijdperk was aangebroken – een wereld zonder papier

Tussen twee haakje: als gevolg van mijn verstrooidheid heb ik bij een dergelijke zelfbedieningsaangelegenheid een keer voor een boete online EUR 3000 overgemaakt in plaats van EUR 30. Gewoon even het kommateken vergeten. Hoe dom kun je zijn! Als zulke dingen gebeuren, is het toch een fijn idee dat je een echte persoon kunt bellen die eerst even een grapje maakt en vervolgens EUR 2.970 naar je terug overgemaakt.

Alles komt nu in een stroomversnelling!

Hoewel de digitalisering al jaren in een aardig tempo gaat, denk ik als ‘deskundige van het dagelijks leven’ wel eens: alles komt nu in een stroomversnelling! Zo kwam de laatste jaren opeens een ‘verstorende’, zeer succesvolle accommodatieaanbieder in beeld die zelf over niet één bed beschikt!

En dan is er nog de Snapchat-app voor het delen van afbeeldingen, in de Duitse krant Tagesspiegel aangeprezen met de kop: “Eindelijk! Foto’s die zichzelf verwijderen!” Het is ook zeker niet per definitie verkeerd om mee te gaan met veranderingen in de digitalisering. Maar tegelijkertijd is het als werkzoekende ook geen verkeerde keuze om niet in zee te gaan met een onderneming waarvan het business model wel erg avontuurlijk klinkt. Soms is iets wat vandaag avontuurlijk klinkt, morgen hip maar de dag erna een fiasco. Geen deskundige kan ons hierbij de weg wijzen, alleen ons gezond verstand.

Het lijkt mij dat de enige persoon die zich zorgen moet maken, ikzelf ben: in Duitsland werd postfaktisch (Engels: post truth) gekozen tot woord van het jaar 2016. En onze collega, de computer, is besmet geraakt en opgenomen in botnets die doelgericht nepnieuws verspreiden, in zo’n hoog tempo dat gerespecteerde journalisten geen kans hebben om het te checken en te corrigeren. Ik mag dan geen echte journalist zijn, maar in dit opzicht heb ik te doen met ‘mijn collega’s’!

Ik vrees dat onderwijs het enige is dat nog kan helpen wanneer de lezer plotseling wordt geconfronteerd met het nieuws dat deskundigen hebben ontdekt dat de wereld toch plat is …

Uw buitenstaander